Route GPS deel 1     Route GPS deel 2     Route GPS deel 3

Ik heb voor het eerst niet veel goesting om te schrijven. Ik ben moe. De laatste drie dagen zitten in de kleren, ik heb vannacht alweer niet goed geslapen. Een krakende vloer en veel te dunne muren… En wat een dag, alweer.

Om 7u ben ik vertrokken voor 100km. Ik reinig wel eerst nog eens mijn ketting en doe er nog wat olie op. Op het menu, de klim naar O Cebreiro 1300m. De laatse grote hindernis. Maar nadien alle glorie…, bloemen, de Champs Elysées….  25km afdaling en de wetenschap dat morgen en overmorgen helemaal geen probleem meer mogen vormen. Maar eerst dus 30 à 40 km klimwerk… Het is koud, de zon gaat zich vandaag weer niet te veel laten zien denk ik. Er valt ook weinig te beleven. Ik rij door Ponferrada en zie niets waarvoor eens moet stoppen. Hoe rapper ik uit de stad ben hoe liever. Ik heb koud, ik ben moe, pff. ‘k Had misschien gisterenavond ook die fles wijn niet moeten uitdrinken met Carl-Gerhard uit Germany, Carlos voor de Spanjaarden.

Ik sta aan de lichten stil en op het voetpad staat een vrouw, met voor haar een man, haar man ?,  in een rolstoel. Ik zeg vriendelijk “Buenos Diaz…” Maar ik krijg geen antwoord, integendeel, man man, die kijkt vies… Ik dacht, ‘k ga ne keer iets proberen. Zo na drie weken pelgrim, ge weet maar nooit. Ik zeg stillekes ‘sta op… ‘
Misschien toch iets te hoog gegrepen… ’t Is niet gelukt.

Ik begin te klimmen. Ik zie in de struiken een dame die net gehurkt heeft gezeten, en beter eerst haar slip had opgetrokken alvorens recht te staan. Ik zie veel op deze camino… soms te veel.

Ik ga een kerkje binnen. Zit er vijf minuten en hoor twee Vlamingen. De een is Salesiaan van Don Bosco. Ze zijn per fiets half mei vertrokken uit Oostende.

Het wordt steeds steiler. Ik heb schrik. Bij elk geluid van mijn ketting vrees ik dat ik vandaag hetzelfde ga beleven als gisteren. Ga ik mij weer op tijd kunnen losmaken uit mijn klikpedaal ? Dat was toch schrikken gisteren, ik besef dat ik geluk heb gehad dat ik niet op mijn gezicht ben gegaan.

Ik kom een Nederlander tegen te voet. Hij doet de camino voor de derde keer. Voor het eerst te voet. Hij zegt dat hij nu veel meer ziet en beleeft, daar ben ik van overtuigd. Hij zegt ook dat ik de goede weg heb gekozen. Er is een tweede weg naar de top, maar daar moet je op het einde twee uur stappen met de fiets aan de hand. Haha, die Spanjaard van Alcatel ging langs daar. Hij moet maar niet lachen met mijn steentje van”oen gram”.

Een paar bergdorpjes die op de kaart op de weg leken te liggen, liggen er net naast en zijn moeilijk te bereiken, ik krijg serieus honger. In Puerto Pedrafita eet ik een boccadillo met hesp. Dat smaakt. Nog tien kilometer klimmen aan 7 à 8 %. De laatste loodjes… Ik hoop dat mijn ketting het houdt.

De top, drie opeenvolgende kleine klimmetjes. Maar koud dat het weer is, 8°, nevel, een paar druppels, maar o zo zalig, ik ben boven, ik heb het gehaald, er kan nu  niets meer gebeuren… GRAZIAS !!! Boven in Cebreiro zit een prachtige herdershond naar mij te kijken…

Een beetje dalen, een klimmetje naar Hospital, weer een beetje dalen en een klimmetje naar Passo de Poio, op 1335m. Ik ben nu helemaal boven en ga iets eten.  Ik laat de patron kiezen voor mij. Hij serveert mij eerst een heerlijk soep, een soort hutsepot zonder vlees, maar met bonen, aardappelen en kool, en nadien een biftek met een ei op en frietjes en dan een flan caramelleke. Ik drink cola, geen wijn, ik moet veilig beneden geraken. 24km om te dalen tot 600m.

Reeds een paar dagen was ik er van overtuigd dat dit mijn grote triomftocht zou worden. Met een lichte vorm van overdrijven zag ik mij die 24 km afleggen tussen een zee van mensen, bloemekes, champagne,… De laatste rit uit de Tour, over de Champs Elysées… Ik rij solo de vélodroom van Roubaix binnen. Ik ben Tom Boonen, en Johan Museeuw, vooral Johan Museeuw. Ik rij over de meet, maak mijn klikpedaal los en wijs naar mijn knie, hij heeft het gehouden. Ik doe nog een ereronde. Ik stel mij recht en wijs naar mijn billen. En roep “Deflamol !”

Ik daal af, ijskoud, mijn vingers bevriezen. Man man, de wind blaast mij bijna terug de berg op, en als hij na een paar struiken plots van opzij komt is het echt een huzarenstuk om recht te blijven… Mijn benen, mijn vingers, ik ben verkleumd. Af en toe komt er nog een stukske bergop. Da’s niet te doen met die verkleumde benen. Ik ga nu toch niet moeten afstappen zeker…

Nog tien kilometer, een stuk lager, een paar graden warmer. Ik zal blij zijn als ik er ben… Ik kom aan in Samos en stap het hotel Victoria binnen. Zegt de ‘zeer vriendelijke’ man achter de toog met een gezicht tot op de grond “Qué ? Ha reservado ?” Hij gaat met zoveel tegenzin met mij naar de garage voor mijn fiets en naar de voordeur van mijn kamer… Meneer, zoekt u een ander job. Maar ik ben te moe om het af te trappen en naar een ander adres te gaan zoeken. En ze hebben hier WIFI. Maar vanavond ga ik niet veel schrijven…